PRIMA-chip van Science Corp bij eerste Stargardt-patiënt

PRIMA-chip van Science Corp bij eerste Stargardt-patiënt

Science Corporation heeft zijn netvliesimplantaat PRIMA voor het eerst geplaatst bij iemand met de ziekte van Stargardt. Dat is een erfelijke oogaandoening die het centrale zicht langzaam verwoest. CEO Max Hodak maakte de mijlpaal bekend op het podium van TechCrunch Disrupt. Hodak was medeoprichter en president van Neuralink voordat hij in 2021 Science oprichtte. Hij gebruikte zijn optreden om uit te leggen hoe de oogchip aansluit op de bredere plannen van het bedrijf voor brein-computerinterfaces (BCI's).

Wat er gebeurde in Sydney

De patiënt kreeg het implantaat in mei, als onderdeel van een lopende studie in het Sydney Eye Hospital in Australië. In zijn eerste revalidatiesessie kon hij een letter onderscheiden. Bij de tweede sessie las hij een woord.

PRIMA is in Europa al verkrijgbaar voor mensen die hun zicht zijn kwijtgeraakt door geografische atrofie, een vergevorderde vorm van leeftijdsgebonden maculadegeneratie. Het bedrijf denkt dat dezelfde aanpak ook kan werken bij andere ziekten, waaronder Stargardt, dat momenteel als ongeneeslijk geldt.

De ziekte van Stargardt tast het buitenste deel van het netvlies aan, waar de lichtgevoelige cellen van het oog zitten. Die cellen sterven geleidelijk af, terwijl het binnenste deel van het netvlies, dat visuele signalen doorgeeft aan de hersenen, intact kan blijven. Patiënten krijgen midden in hun gezichtsveld een blinde vlek die steeds groter wordt. Wereldwijd zijn ongeveer 150.000 mensen door de ziekte hun zicht kwijtgeraakt.

Hoe het apparaat werkt

Het plaatsen van het implantaat duurt ongeveer een uur. Chirurgen brengen een kleine chip aan achter in het oog, op de plek waar de fotoreceptoren zijn gedegenereerd. De patiënt draagt vervolgens een bril met een camera, die een beeld van de omgeving naar de chip stuurt. In feite fungeert het implantaat als een set kunstmatige fotoreceptoren.

Hodak beschreef in eenvoudige bewoordingen hoe de hersenen zicht ervaren. Voor de hersenen is zien elektrische activiteit die door de oogzenuw loopt. Als je de oogzenuw de juiste signalen kunt laten afgeven, betoogde hij, dan zien de hersenen.

De huidige resultaten kennen duidelijke beperkingen. Het implantaat meet twee bij twee millimeter, en Hodak vergeleek het gebruik ervan met "door een rietje kijken". Patiënten krijgen een zwart-wit vlak in hun centrale gezichtsveld. Dat is niet breed en niet in kleur, maar wel contrastrijk en scherp genoeg om een paar letters tegelijk te tonen.

De volgende doelen zijn een breder gezichtsveld en meer detail. Een groter implantaat moet rekening houden met de kromming van het oog, en de elektroden moeten kleiner worden om dichter bij een natuurlijke resolutie te komen. Volgens Hodak wordt er gewerkt aan een apparaat van de volgende generatie, dat binnen een jaar bij mensen zou moeten worden getest. Hij voegde eraan toe dat het bedrijf in de komende vijf jaar volgens hem "behoorlijk dicht bij natuurlijke gezichtsscherpte" kan komen.

De BCI-strategie erachter

Voor Hodak is het netvlies gewoon een onderdeel van het centrale zenuwstelsel. Hij schaart cochleaire implantaten, netvliesprothesen en motorische prothesen allemaal onder verschillende soorten BCI's, en hij wil dat het vakgebied veel verder gaat dan het besturen van computers.

Met het herstellen van zicht wil Science eerst zijn methoden bewijzen en een duurzaam bedrijfsmodel opbouwen. De hersensensor van het bedrijf is bedoeld om binnen de schedel bovenop de hersenen te liggen, anders dan het apparaat van Neuralink, dat rechtstreeks in het hersenweefsel gaat. Het bedrijf heeft geopperd dat het zou kunnen helpen bij neurologische aandoeningen, mogelijk ook bij het monitoren van activiteit bij patiënten met hersentumoren.

Hodak zei dat de eerste klinische toepassing van die technologie nog niet is bekendgemaakt, maar dat het gaat om een neurodegeneratieve ziekte "waar iedereen van heeft gehoord". Ook beroertes staan op de lijst. De missie op lange termijn is volgens hem begrijpen hoe de hersenen de geest voortbrengen en leren om kunstmatige hersenen te bouwen. Science verwacht dat veel mensen tegen hun zestigste of zeventigste een of andere vorm van BCI nodig zullen hebben, met als doel het aantal gezonde levensjaren te verlengen, niet alleen de levensduur.

Waarom dit ertoe doet

De meeste berichtgeving over BCI's draait om cursors en toetsenborden. Science kiest een andere route: begin met een medisch probleem waar een commercieel product achter zit, en breid daarna uit. Dat wijst op een voorzichtiger pad naar omzet dan de grootse toekomstvisioenen die vaak rond neurotech hangen.

De resultaten zijn nog pril. Eén patiënt die een woord leest is bemoedigend, maar een zwart-wit beeld ter grootte van een rietje is nog ver verwijderd van normaal zicht. Het is de moeite waard om te volgen of het implantaat van de volgende generatie echt binnen een jaar bij mensen terechtkomt, en of de studie in Sydney resultaten oplevert bij meer Stargardt-patiënten. Het andere om in de gaten te houden is de onbekende neurodegeneratieve ziekte. Daar zullen de bredere BCI-ambities van het bedrijf hun eerste echte klinische test ondergaan.