Ramp AI Index: zakelijk AI-gebruik stijgt, uitgaven dalen
Amerikaanse bedrijven draaien meer AI-workloads dan ooit, en ze betalen er minder voor. Dat is de belangrijkste conclusie van de nieuwste Ramp AI Index, samengesteld door Ramp-econoom Ara Kharazian.
De twee lijnen bewegen in tegengestelde richting. De uitgaven bereikten in juli een piek en zijn sindsdien gedaald. Het gebruik is in dezelfde periode met zo'n 50 procent gestegen en bereikte eind september een recordhoogte.
Waarom de rekening krimpt
Kharazian wijst twee oorzaken aan:
- Prijsverlagingen bij topmodellen. De krachtigste modellen zijn goedkoper geworden om aan te roepen.
- Betere voordelige opties. Standaard- en lite-modellen zijn goedkoper en efficienter geworden, waardoor meer werk naar goedkopere niveaus kan verschuiven.
Volgens hem komt de daling vrijwel volledig voort uit de concurrentie tussen twee bedrijven: OpenAI en Anthropic. Doordat ze elkaar onderbieden, betalen zakelijke klanten minder per eenheid werk en gebruiken ze er meer van.
Het is niet de eerste keer dat de uitgaven in de index dalen. Wat deze keer opvalt, is hoe lang de daling al aanhoudt. Een korte dip kan ruis zijn. Een daling die van juli tot eind september duurt, lijkt eerder op een verandering in de prijsstelling.
Twee aanbieders domineren de uitgaven
De cijfers laten ook zien hoe geconcentreerd de markt is. In de laatste week van september die de index beslaat, was Anthropic goed voor 51 procent van de tokenuitgaven. OpenAI nam 44,5 procent voor zijn rekening. Samen vertegenwoordigen de twee meer dan 95 procent van de gemeten uitgaven.
Opensourcemodellen blijven daarin een kleine speler. Volgens Kharazian maken ze nog altijd minder dan vijf procent van de zakelijke uitgaven uit. Dat geldt ook al verschijnen er steeds weer krachtige open-weight-modellen die op lokale hardware draaien.
Wat de index meet, en wat hij mist
De cijfers kennen kanttekeningen, en die bepalen hoe ver je de conclusies kunt oprekken.
- Steekproefomvang. De Ramp AI Index is gebaseerd op transactiegegevens van meer dan 70.000 Amerikaanse bedrijven.
- Tokengegevens. De tokencijfers, inclusief de verdeling over aanbieders, komen uit een deelsteekproef van die groep, niet uit de volledige set.
- Alleen API. De analyse beslaat API-uitgaven. Andere manieren waarop bedrijven voor AI betalen, vallen erbuiten.
- Scheef richting grote afnemers. Kharazian merkt op dat de gegevens overhellen naar grote AI-klanten.
De index kun je dus het best lezen als een signaal over hoe grotere Amerikaanse bedrijven AI via API's inkopen. Hij geeft niet de hele markt weer. Kleinere bedrijven en uitgaven buiten de API kunnen een ander patroon volgen.
Wat dit betekent
Voor bedrijven die op AI bouwen, wijst de index op een kopersmarkt op API-niveau. Dalende prijzen in combinatie met stijgend gebruik doen vermoeden dat bedrijven niet simpelweg geld besparen. Ze steken de besparingen in meer AI-werk. Dat past in een patroon dat bij recente releases te zien is, waarbij aanbieders nieuwere modellen zoals OpenAI's GPT-6.1 Sol net zo goed op lagere kosten aanprijzen als op pure prestaties.
Ook het concentratiecijfer verdient aandacht. Als de prijsconcurrentie door slechts twee aanbieders wordt aangejaagd, hangt die ervan af dat beide stevig blijven concurreren. Die druk kan veranderen nu hun financien onder een vergrootglas komen te liggen, met het uitgelekte beursprospectus van Anthropic als voorbeeld. Het is de moeite waard om in de gaten te houden of de uitgaven de komende maanden de bodem bereiken, of de verdeling tussen aanbieders verschuift en of opensourcemodellen ooit verder komen dan hun kleine aandeel in zakelijke budgetten.
